DUURENDSEIND (Berghem)

DE BUURT

 

Het Duurendseind is een buurtschap in de gemeente Oss. Het hoort bij het dorp Berghem (werd vroeger als Berchem geschreven) en is een buitengebied. In dit buurtschap hebben verschillende van mijn voorouders uit de vorige twee eeuwen gewoond en geleefd. Veel voorouders, waarover elders al het een en ander is verteld, waren hier geboren en getogen, zoals de families den Brok, Boeijen, Bokmans, Verwaijen en Brands. Daarbij was De Hondshoek (tegenwoordig Deursenseweg) vooral favoriet. Daarom is het zinvol over het Duurendseind wat meer te vertellen.

In de volksmond wordt Duurendseind, Tuureind of in het lokale accent Tuurènd genoemd.

Volgens de leden van de heemkundekring Berchs-Heem komt de naam van “duren”, wat is afgeleid van het Keltisch en “land aan water” of “verhoogd land” betekent.

Het buurtschap had zo'n honderd huizen, die vroeger vooral bewoond werden door grote gezinnen met gemengde boerenbedrijfjes.

Het gebied is ontstaan door ontginningen van individuele boeren, die er zich vestigden.

Vroeger kende Duurendseind allerlei bijzondere straatnamen, zoals Hondshoek, Kattenhoek, Helstraat en Heihoek.

Tegenwoordig bestaat het uit straatnamen als: de Burgemeeester van Erpstraat, gekruisd door de Halve Morgenstraat, de Deursenseweg, waar de Stationstraat op uit komt en ook de Waatselaarstraat. Dan is er nog de Waterstraat, de Hemelrijkstraat en de Korste straat, de laatste twee zijstraten van de Runselstraat.

Getekende kaart voor de situatie van Duurendseind 1700-1800

Bij het rondje in de Laanderstraat was de herberg van Joachim Jans Boeijen. Later ook de herberg van Roeloff Hoex.

Detail van kaart uit 1865

De naam Heihoek is vele eeuwen oud. Deze zandweg en het verlengde ervan de Heide werden in 1948 gecultiveerd en kregen de naam Hoesenboslaan.

Den Heihoek liep vanaf de burgemeester van Erpstraat tot aan de Willandstraat.Tot ongeveer 1300 groeiden er allerlei bomen. De naam “Heiligenbos” op oude kadasterkaarten herinnert er nog aan.

Het rechte stratenpatroon in het oosten van de heihoek ( het Kruiwagenstraatje, de Langstraat, het verlengde van de Halve Morgenstraat, de Schriekse Heistraat en de Piekenhoefstraat) wijzen op geplande ontginningen. (1)

Vanaf de 17e en 18e eeuw werd er veel ontgonnen en in cultuur gebracht.. De aanleg van de spoorweg eind 19e eeuw splitste de Heihoek in tweeen.

Rond 1922 werd er eeen begin gemaakt met de electriciteit aanleg , maar voor het buitengebied was dat pas vanaf 1945.

De heihoek bleef tot 1946 een zandweg met in het midden karresporen. Aan de westzijde lag een sloot (de lôpgraaf) als afwatering.

De meeste mensen hadden een klein gemengd bedrijf.

 

Tussen ca. 1935 en 1960 was Jas Droomers er “Romboer' en haalde hij de “romtuiten”op.

In het Tuureind was een winkeltje met snoepgoed. Er was een bakker (Van Rossum). Fietsenmaker Jan Boeijen heeft er met een zaak gehad.

Om naar de kerk of de school te gaan moest je bijna een half uur lopen.

Er was wel een fiets- en voetpad door de weilanden, langs het spoor, zodat je sneller op je plek van bestemming was.

 

In december 1286 gaf hertog Jan I van brabant de inwoners van “villae”Oss, Berghem en Duren een complex broeklanden in gemeenschappelijk gebruik, waardoor het begrip “gement” ontstond,

gronden waarvan het gebruiksrecht aan de dorpsgemeenschap kwam, terwijl de heer het eigendomsrecht behield

Kleine boeren gaven hun kinderen vaak opdracht om de koeien (één of meer) te laten grazen langs de zijkanten van de wegen. Dit “huuën” was een gebruik dat overgebleven was van de middeleeuwen om het vee vrij te laten grazen op de gemeenschappelijk gronden.

De schuurkerk

 

 

Aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje werd Brabant Staats-Brabant en kregen de Gereformeerden het voor het zeggen. Door de beperking van de vrijheid van godsdienst konden de katholieken niet meer naar hun kerk. Kerkgangers moesten uitwijken naar de Sint Annakapel op de Koolwijk in Herpen, dat buiten staatsgebied lag.

Berghem kreeg ook een schuurkerk (schuilkerk), zoals zo veel plaatsen. Het is aannemelijk, dat Berghem na 1672 over een schuilkerk beschikte. Tijdens de Franse bezetting kregen dorpen toestemming om een schuurkerk te bouwen. Na de aftocht van de Fransen mocht het gebouw blijven staan, maar wel tegen een forse financiële vergoeding. Het laatste gold ook voor de toelating van een priester. De eerste pastoor van Berghem Gerard verwaijen (vanaf 1676) heeft er zeker diensten gehouden.

De schuurkerk heeft gestaan aan de Harense Steeg. De Staten Generaal vermeldde, dat “de kerkschuure meer als twee hondert treeden van de regte straat en naburige Huijse is geleegen.” Met “regte straat”werd waarschijnlijk de Laanderdstraat, nu Burgemeester van Erpstraat bedoeld.

In 1751 werd deze schuur­kerk gesloten wegens onregel­ma­tig­he­den en partij­dig­heid van de pastoor.

De Berghemnaren waren weer op het kleine kerkje in de Koolwijk aangewezen. Een jaar later mocht de schuur­kerk aan de Harense Steeg echter weer gebruikt wor­den.

De schuurkerk is in 1802 volledig afgebroken door pastoor Bernuli en in 1803 ook de pastorie.

Alles werd verkocht.

Op de hoek van Burgemeester van Erpstraat- Harense weg staat nog een monumentaal kruisbeeld ( geplaatst in 1935), dat herinnert aan de periode 1672-1800, dat de kerkgangers naar de schuurkerk moesten gaan. (2)

De Molen

 

In 1875 is de Anna molen gebouw in wat nu de Halve Morgenstraat 1 heet. Het was een ronde stenen molen met een lage stelling (ca. 3 meter). Een stellingmolen, die dienst deed als korenmolen. Het was een bovenkruier en had drie kopel maalstenen. De ruimte onder de stelling is later dichtgemaakt met een ombouw. Hierdoor kon er meer opgeslagen worden. (3)

Op de kap stond lange tijd een windvaantje (een varkenskop) met het jaartal 1882 erop.

 

Tijdens een storm waait de hele kap met wieken en al van de molen. In 1938 kreeg de molen Van Bussel-stroomlijnwieken.

 

De laatste molenaar was Antoon Megens.

In 1961 werd Mies van Dinther eigenaar van het woonhuis en in 1963 ook van de molen, waar hij verder niets mee deed. Hij draaide vanaf dat moment ook niet meer.

Ansichtkaar met boerderij. Collectie bart Jongsma

 Ansichtkaart, coll. J.van der Bruggen

Van 3 op 4 juni 1970 werd de molen door brand verwoest. Hij is niet meer opgebouwd.

In 1991 werd de molenromp aangekocht door Dick Eijsermans.

 

Na de brand iwerd het pand van de rijksmonumentenlijst afgevoerd.
De krant (4) vermeldde in 2010, dat molenbouwer Coppes uit Bergharen in 1995 zijn oog had laten vallen op de Berghemse romp. Hij diende een verzoek tot herbouw in, maar koppelde daar direct een subsidie- aanvraag aan. Gezien de te verwachten hoge restauratiekosten en omdat de monumentencommssie er destijds weinig in zag, verleende het college in 1996 geen medewerking aan het verzoek van Coppes.
In 2008 is stichting De Berghemse molen opgericht, deze heeft de molen op de gemeentelijke monumentenlijst laten plaatsen, hierdoor is een mogelijke sloop van de molen voorkomen.
In juni 2009 presenteerde een cateringbedrijf een plan voor een minicamping annex kookstudio en molenwinkel op deze plek, inclusief volledig herstel van de molen. In december 2009 besloot de gemeente hieraan mee te werken, maar het cateringsbedrijf haakte af en de plannen gingen niet door.

De molen in brand.

De molen na de brand.

Het station

 

In 1881 werd er langs de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen in het Tuureind een station gebouwd . Dat was voor persoonsvervoer. In 1906 kwam er ook een laad- en losplaats voor goederen.

In 1938 werd het personenvervoer gestaakt. Het station heeft daarna nog tientallen jaren dienst gedaan voor het goederenvervoer tot 1965.

Kolen werden aangevoerd naar Tuureind en tuinproducten uit Tuureind gingen naar de veiling. Het stationsgebouw is er heden ten dage niet meer. Als verwijzing naar het station bestaan de straten 'Stationsstraat' en 'Stationshoek' nog wel.

 

De spoorwegovergang had hekken, die door de stationschef met de hand gesloten en geopend werden. Soms stopte er een lange goederentrein, waardoor de hekken extra lang dicht bleven, dit tot ongenoegen van de wachtende boeren.

 

 

Eind 1916 kocht Henricus Theunisse vlak bij het station een huis en een paar stukken grond van Maria den Brok-Van Maren. In de koopakte werd als beroep van de verkoopster koffiehoudster vermeld. Haar overleden echtgenoot Antoon Jan den Brok was bij leven landbouwer en herbergier. Mogelijk is in dit oude huis al een kopje koffie geschonken voor reizigers en werkenden bij de laad- en losplaats. Immers, het station lag ver van beide dorpskernen.

Henricus Theunisse trouwde in 1916 in Herpen met de 26-jarige Arnolda van den Berg. Vlak daarna nam hij dus het bestaande koffiehuis over van de weduwe Van den Brok. Rond 1918 richtte hij op een van zijn percelen een vetsmelterij op (die hij overigens een paar jaar later weer verkoopt). De Stationshoek had in die jaren wel iets weg van een klein industrieterreintje.

In 1925 vroeg hij van de gemeente vergunning om een woonhuis met café schuin achter het station te bouwen aan de Honthoekschestraat wijk B nr. 4. Dat betekende sloop van het oude gebouw. Henricus kreeg tegelijk vergunning om ook sterke drank te schenken. Het gebouw leek van buiten vooral op een boerderij. En de achterste helft bood dan ook ruimte aan een varkenshok, een koestal en een dorsvloer. De voorste helft bestond behalve uit enkele persoonlijke vertrekken vooral uit een gelagkamer van 5x10 meter, waarin het buffet stond. Opvallend voor die tijd: achterin de caféruimte was een apart hokje voor een telefoon voorzien.

Dit gebouw werd het Stationskoffiehuis. Op het huis stond het in stenen letters gebeiteld. Bij het stationskoffiehuis (cafe) waren ook stangen, waar de paarden aan vastgemaakt werden.

 

Theunisse heeft het stationskoffiehuis maar net vijf jaar uitgebaat. In 1930 verkocht hij het (samen met het fabriekje) aan Frans van Loon, landbouwer te Herpen.

De vergunning om sterke drank te schenken werviel en werd niet meer vernieuwd. (5)

Het Pakhuis.

 

Op de hoek van de stationstraat en de Deursenseweg (Stationstraat 5) staat het voormalige pakhuis.

Het is rond 1920 gebouwd. Mijn opa Hijs Boeijen, die er eerst knecht en later zaakwaarnemer werd, had er vanaf het begin (1916 ) gewerkt. Hij stopte in 1942.

 

Het was gebouwd door een afdeling van de noordbrabantse christelijke boernbond (NCB) voor de opslag en overslag van de landbouwgoederen, die via het station naar de veiling werden vervoerd. Oorspronkelijk was bij het pakhuis een laadperron aan de zuidgevel met een hijsinstallatie. In het gebouw was een zolder met touwlift.

Tot 1968 is het gebouw als pakhuis gebruikt.

Na 1968 is het pand omgebouwd tot werkplaats en magazijn dat door een aannemersbedrijf werd gebruikt.

Het pand is nu gekocht door mensen, die er een dubbel woonhuis van maken, maar het pand wel in oude luister herstelllen. (6)

BRONNEN:

1. 't Vagevenster, Berchs -Heem, nummer 9, juli 1996

2. 't Vagevenster 10, Berchs-Heem, december 1996

3. molendatabase: Berghem

4. Bron: Het Brabants Dagblad/Lolke Rang, 2 februari 2010

5. BHIC: Het stationskoffiehuis

6. Voor de verschillende onderwerpen betreffende het Duurendeind is ook gebruik gemaakt van Wikipedia.

 

Willem den Brok, augustus 2024 (als onderdeel van andere site)

Bijgewerkt tot maart 2025